Vervoer van vers vlees, vleesproducten en vleesbereidingen

1. Vervoer van vlees van slachtdieren, gevogelte, konijnen en gekweekt wild

De hierna volgende voorschriften gelden voor het vervoer voor handels- of beroepsdoeleinden van vers vlees, vleesproducten en vleesbereidingen vanuit een erkende inrichting.

Deze voorschriften gelden niet voor het vervoer van vlees voorzien van een particulierenstempel, dat bestemd is voor het exclusief gebruik door het gezin van de eigenaar van het slachtdier. Dit vlees mag enkel worden vervoerd van het slachthuis naar de woning van de eigenaar.


a. Het vervoermiddel
De binnenwanden van het vervoermiddel, de recipiënten, de dragers en alle andere delen die met de vleeswaren in aanraking kunnen komen, moeten onbeschadigd zijn en uit corrosiebestendig materiaal bestaan. Zij mogen de organoleptische eigenschappen van de vleeswaren niet kunnen aantasten, noch ze verontreinigen of ze voor de gezondheid van de mens schadelijk maken. Ze moeten glad zijn en gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten.
Het gebruik van hout is verboden, tenzij voor de dragers uitsluitend gebruikt voor het vervoer van vleeswaren in eindverpakking of in gesloten recipiënten.

De vervoermiddelen moeten uitgerust zijn met isolerende wanden en een koelinstallatie die het mogelijk maakt om de wettelijk vereiste inwendige temperatuur te behouden en moeten voorzien zijn van een registreerthermometer. Dit voorschrift is niet van toepassing op vervoermiddelen uitsluitend gebruikt voor het vervoer van vleeswaren die bij omgevingstemperatuur mogen worden vervoerd en voor vervoermiddelen waarvan het volume niet meer dan 1,6 m³ bedraagt.

De vervoermiddelen moeten uitgerust zijn met doelmatige voorzieningen ter bescherming van de vleeswaren tegen insecten, ongedierte en stof. Ze moeten tijdens het vervoer zodanig zijn afgedicht dat er geen vloeistoffen kunnen wegvloeien. Alleen gesloten vervoermiddelen mogen worden gebruikt.

De deuren moeten ondoordringbaar zijn. Ze moeten zijn uitgerust met een hermetisch sluitingssysteem en met voorzieningen voor een gemakkelijke en efficiënte verzegeling.

Voor het vervoer van gehele of halve karkassen of van halve karkassen die in ten hoogste 3 stukken zijn verdeeld of van kwartieren van slachtdieren, moeten de vervoermiddelen voorzien zijn van een ophanginstallatie uit corrosiebestendig materiaal, vastgemaakt op een zodanige hoogte dat het vlees niet met de vloer in aanraking kan komen. Dit geldt niet voor vervoermiddelen waarvan het volume niet meer dan 1,6 m³ bedraagt en voor vervoermiddelen uitsluitend bestemd voor vervoer van bevroren vlees dat van een hygiënische eindverpakking is voorzien.

De vervoermiddelen mogen niet worden gebruikt voor doeleinden die naderhand een hygiënisch vervoer van de vleeswaren in de weg kunnen staan. In geen geval mogen ze gebruikt worden voor het vervoer van levende dieren, mest of afval, lijken, vlees dat ongeschikt is voor menselijke consumptie, huiden, horens, hoeven, klauwen en haar. 


b. Reiniging en ontsmetting
De vervoermiddelen, de recipiënten, de dragers en alle andere delen die in aanraking kunnen komen met de vleeswaren, dienen zorgvuldig te worden onderhouden, gereinigd en ontsmet.

De reiniging en de ontsmetting moeten gebeuren telkens wanneer de vervoermiddelen verontreinigd of besmet zijn en minstens dagelijks bij het einde van de werkzaamheden. De reiniging en de ontsmetting mogen worden uitgesteld tot het einde van het vervoer indien dit vervoer langer dan 1 dag in beslag neemt.

Tijdens reiniging en ontsmetting mag er geen lading vleeswaren in het vervoermiddel aanwezig zijn.

Reinigingsmiddelen en ontsmettingsmiddelen moeten zodanig worden gebruikt dat ze achteraf geen invloed hebben op de vleeswaren. Elke reiniging of ontsmetting moet gevolgd worden door uitgebreid spoelen met drinkwater. 


c. De vleeswaren
Vers vlees, vleesproducten en vleesbereidingen mogen slechts vervoerd worden wanneer een keurmerk of identificatiemerk is aangebracht of, indien ze verpakt zijn, de verpakking een etiket of opdruk met een keurmerk of identificatiemerk draagt.

Karkassen en slachtafval van slachtdieren voorzien van het keurmerk voorbehouden voor te bevriezen gortig vlees , mogen enkel vervoerd worden naar de daartoe erkende inrichting aangeduid op het begeleidend vervoerdocument .

Koppen en poten van slachtdieren mogen slechts vervoerd worden nadat ze volledig onthuid zijn of gebroeid en volledig ontdaan zijn van haren en nadat de hoornen en hoeven of klauwen verwijderd zijn. De oren van varkens mogen slechts vervoerd worden indien zij gebroeid en volledig van haar ontdaan zijn.

Slachtafval mag enkel vervoerd worden na volledig reiniging. Magen, darmen en blazen mogen slechts vervoerd worden als ze geledigd en gespoeld zijn. Slachtafval dat zich nog in geslacht gevogelte of geslachte konijnen waarvan alleen het spijsverteringskanaal is weggenomen, bevindt, mag geen bron van bezoedeling of besmetting zijn.


d. Het vervoer
Het vervoer van vleeswaren moet als volgt gebeuren:
• Vers vlees als gehele of halve karkassen, als halve karkassen die in ten hoogste 3 stukken zijn verdeeld of als kwartieren van slachtdieren, van gekweekt tweehoevig wild of van grof vrij wild, moet worden opgehangen zonder met de vloer in aanraking te komen. Dit geldt niet voor vervoer in vervoermiddelen waarvan het volume niet meer dan 1,6m³ bedraagt. In dit geval moet het vers vlees dat niet is opgehangen worden voorzien van minstens een onmiddellijke verpakking en in recipiënten of op dragers worden geplaatst, of worden voorzien van een verpakking.
• Vers vlees van gevogelte, van konijnen, van gekweekt vederwild of van klein vrij wild moet in recipiënten of op dragers geplaatst worden, tenzij het voorzien is van een eindverpakking.
• Met uitzondering van stukken spek en buik van varkens, moeten uitgesneden vers vlees en slachtafval voorzien zijn van een onmiddellijke verpakking en, indien geen eindverpakking is aangebracht, moeten zij worden geborgen in recipiënten. Dit geldt niet wanneer zij hangend of op dragers geplaatst vervoerd worden.
• Slachtafval dat is losgemaakt van de karkassen mag niet in aanraking komen met vlees van karkassen. Magen en darmen mogen niet vermengd worden met ander slachtafval.
• Ingewanden moeten steeds vervoerd worden in een stevige eindverpakking of in een gesloten recipiënt die geen vloeistoffen of vetten doorlaat.
• Bloed moet worden geborgen in afgesloten recipiënten.
• Niet-eindverpakte vleesproducten en vleesbereidingen moeten worden opgehangen of in recipiënten of op dragers worden geplaatst.

Eindverpakte vleeswaren en niet-eindverpakte vleeswaren moeten in afzonderlijke vervoermiddelen worden vervoerd, tenzij er in het vervoermiddel een afdoende fysieke afscheiding is aangebracht ter bescherming van de niet-eindverpakte vleeswaren.

Recipiënten moeten zodanig geplaatst en gehanteerd worden dat ze tijdens het vervoer niet kunnen omvallen, niet kunnen beschadigd raken en dat hun inhoud niet verontreinigd of besmet kan raken.

Vleeswaren (behalve vers vlees van gevogelte) mogen enkel samen vervoerd worden in hetzelfde vervoermiddel met andere producten die de hygiënische kwaliteit van de vleeswaren nadelig kunnen beïnvloeden, ze kunnen verontreinigen, er een kwalijke geur kunnen aan geven of ze schadelijk kunnen maken voor de gezondheid van de mens, indien passende voorzorgsmaatregelen worden getroffen: de vleeswaren moeten voorzien zijn van een eindverpakking en er moet een voldoende fysieke afscheiding zijn aangebracht met deze andere producten. Vers vlees van gevogelte mag nooit met deze producten samen in hetzelfde vervoermiddel worden vervoerd.

Vleeswaren mogen niet worden vervoerd in vervoermiddelen die niet werden gereinigd en ontsmet en, indien nodig, ontgeurd. Van ontsmetting kan worden afgezien indien de vleeswaren zodanig zijn eindverpakt dat elke beschadiging, verontreiniging of besmetting voorkomen wordt.

Het vervoer van bevroren of diepgevroren vleeswaren samen met andere ingevroren voedingsmiddelen is toegelaten indien alles afzonderlijk voorzien is van een eindverpakking.


e. Temperatuurvoorschriften
Het vervoer van vers vlees, vleesproducten en vleesbereidingen moet zodanig gebeuren dat de volgende maximale inwendige temperatuur steeds gerespecteerd wordt:
• gekoeld vers vlees van slachtdieren, gekweekt tweehoevig wild en grof vrij wild: + 7 °C
• gekoeld slachtafval van slachtdieren, gekweekt tweehoevig wild en grof vrij wild: + 3 °C
• gekoeld vers vlees van gevogelte, konijnen, gekweekt vederwild en klein vrij wild: + 4 °C
• bevroren vlees: - 12 °C
• diepgevroren vlees : - 18 °C
• vleesproducten : + 7 °C, tenzij:
o de producent op de verpakking een lagere temperatuur voor de bewaring heeft aangegeven. In dit geval geldt de aangegeven temperatuur.
o het gaat om gedroogde producten die bij omgevingstemperatuur microbiologisch stabiel zijn. In dit geval wordt de omgevingstemperatuur aanvaard.
o het gaat om vleesconserven in hermetisch gesloten recipiënten die bij omgevingstemperatuur langer dan achttien maanden houdbaar zijn in microbiologische zin. In dit geval wordt de omgevingstemperatuur aanvaard.
• gehakt vlees en vleesbereidingen:
o wanneer niet verpakt in eenheden direct leverbaar aan de verbruiker: - 12 °C
o wanneer verpakt in eenheden direct leverbaar aan de verbruiker
 onder gekoelde vorm : + 2 °C
 onder diepgevroren vorm : - 18 °C

Vetweefsels of beenderen bestemd voor de vervaardiging van gesmolten dierlijke vetten moeten bij een maximale inwendige temperatuur van + 7 °C worden vervoerd. Ongekoeld vervoer van deze grondstoffen die nog niet volledig zijn gekoeld, naar inrichtingen die ze smelten, is toegelaten voor zover ze uiterlijk 12 uur na de dag van verkrijgen worden gesmolten.

Niet-gezouten of niet-gedroogde magen, darmen en blazen moeten bij een maximale inwendige temperatuur van + 3 °C worden vervoerd. Ongekoeld vervoer van deze grondstoffen die nog niet volledig zijn gekoeld, naar inrichtingen die ze behandelen, is toegelaten voor zover het vervoer dezelfde dag gebeurt als de slachting van de dieren waarvan ze voortkomen.

Bij vervoer van vers vlees van varkens van een slachthuis naar een uitsnijderij in de onmiddellijke nabijheid van het slachthuis, kan afgeweken worden van de maximale inwendige temperatuur van + 7 °C voor zover het slachthuis van verzending en de uitsnijderij van bestemming elk beschikken over een toelating verleend door het FAVV en dit vervoer niet meer dan 2 uur in beslag neemt. De exploitant van het slachthuis dient een kopie van de toelating duidelijk zichtbaar op te hangen in het lokaal voor de verzending van vlees.


f. Begeleidende handelsdocumenten bij het mondiaal vervoer vanuit een erkende inrichting

1. bij het vervoer van vers vlees

Vers vlees van slachtdieren, konijnen en gekweekt wild moet gedurende het vervoer vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument, opgesteld door de inrichting van waaruit het vlees is verzonden en dat volgende gegevens bevat:
• het keurmerk of identificatiemerk van het vlees
• het toelatingsnummer van de inrichting van verzending
• zijn volgnummer
• een vermelding waarmee het vervoermiddel geïdentificeerd kan worden
• de niet gecodeerde vermelding van de maand en het jaar van bevriezing of diepvriezing voor bevroren of diepgevroren vlees
• het aantal runderkarkassen of delen daarvan waarvan de wervelkolom moet worden verwijderd en het aantal waarvoor de verwijdering van de wervelkolom niet wordt opgelegd
• voor elk runderkarkas, deel daarvan of stuk vers rundvlees, het gewicht en het referentienummer of de referentiecode die het verband legt tussen het vlees en het rund of de runderen waarvan het afkomstig is
• de inrichting van bestemming. Wanneer bij het transport meerdere bestemmelingen betrokken zijn, moeten de waren worden samengebracht in zoveel partijen als er bestemmelingen zijn. Elke partij moet vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument.

Gedurende het vervoer moeten vers vlees van konijnen en vers vlees van gekweekt wild dat verzonden wordt naar een andere lidstaat van de EG vergezeld gaan van het origineel exemplaar van het keuringscertificaat.

Voorwaardelijk voor de voeding goedgekeurd gortig vlees dat vanuit een slachthuis wordt verzonden naar een inrichting die erkend is voor de reglementaire bevriezing, moet, naast het begeleidend handelsdocument, gedurende het vervoer ook vergezeld gaan van een vervoerdocument afgeleverd door de keurder en waarin de exclusieve bestemming is aangeduid.

Vers vlees van gevogelte moet gedurende het vervoer vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument, opgesteld door de inrichting van waaruit het vlees is verzonden en dat volgende gegevens bevat:
• het keurmerk of identificatiemerk van het vlees
• het codenummer van de keurder belast met de keuring en de controle in de inrichting van oorsprong op de dag van productie van het vlees
• voor karkassen die door onderdompeling werden gekoeld: ‘vlees van gevogelte gekoeld door onderdompeling – richtlijn 71/118/EEG, Bijlage I, Hoofdstuk VII, punten 42 en 43’
• de inrichting van bestemming. Wanneer bij het transport meerdere bestemmelingen betrokken zijn, moeten de waren worden samengebracht in zoveel partijen als er bestemmelingen zijn. Elke partij moet vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument.

2. bij het vervoer van gehakt vlees en vleesbereidingen


Gedurende het vervoer moeten gehakt vlees en vleesbereidingen vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument opgesteld door de inrichting van waaruit het vlees is verzonden en dat volgende gegevens bevat:
• het veterinair toelatingsnummer van de inrichting waar het gehakt vlees of de vleesbereidingen zijn vervaardigd
• de niet gecodeerde vermelding van de maand en het jaar van invriezing voor ingevroren gehakt of vleesbereidingen
• voor gehakt vlees of vleesbereidingen van rundvlees: het referentienummer of de referentiecode die het verband legt tussen het vlees en het rund of de runderen waarvan het vlees afkomstig is

3. bij het vervoer van vleesproducten

Gedurende het vervoer moeten vleesproducten vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument, opgesteld door de inrichting van waaruit het vlees is verzonden en dat volgende gegevens bevat:
• het identificatiemerk van de inrichting van verzending
• een codenummer dat de keurkring identificeert waartoe deze inrichting behoort

4. bij het vervoer van bijproducten van dierlijke oorsprong die geschikt zijn voor menselijke consumptie

Gedurende het vervoer moeten bijproducten van dierlijke oorsprong die geschikt zijn voor menselijke consumptie vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument, opgesteld door de inrichting van waaruit ze zijn verzonden en dat volgende gegevens bevat:
• het identificatiemerk van de inrichting van verzending
• een codenummer dat de keurkring identificeert waartoe deze inrichting behoort


2. Vervoer van vleeswaren door de exploitant van een verkooppunt

De hierna volgende voorschriften gelden voor de detailhandel van vers vlees vlees, vleesproducten en vleesbereidingen. Ze gelden voor de verkooppunten waar de vleeswaren hoofdzakelijk rechtstreeks aan de eindverbruiker worden verkocht. De rechtstreekse levering van vleeswaren aan andere detailhandelszaken kan alleen gebeuren op voorwaarde dat dit een marginale, plaatselijke en beperkte activiteit is. Dit betekent dat:
• de aan andere detailhandelszaken geleverde hoeveelheid, in gewicht, maximaal 30% bedraagt van de totale jaarproductie in levensmiddelen van dierlijke oorsprong
• de aan andere detailhandelszaken geleverde hoeveelheid niet meer dan 800 kg per week bedraagt
• de bevoorrade detailhandelszaken uitsluitend gevestigd zijn binnen een straal van 80 km
• in de bevoorrade detailhandelszaken de levensmiddelen alleen ter plaatse en aan de eindverbruiker worden verkocht


a. Het vervoermiddel, de recipiënten en alle andere delen die in aanraking met de vleeswaren kunnen komen
De binnenwanden van het vervoermiddel, de recipiënten en alle andere delen die met de vleeswaren in aanraking kunnen komen, moeten onbeschadigd zijn en uit corrosiebestendig materiaal bestaan. Ze mogen de organoleptische eigenschappen van de vleeswaren niet kunnen aantasten, noch deze verontreinigen, noch deze voor de gezondheid van de mens schadelijk maken. Zij moeten glad zijn en gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten.

Ze dienen zorgvuldig te worden onderhouden, gereinigd en ontsmet. 


b. Het vervoer
De ruimten in vervoermiddelen en recipiënten mogen niet worden gebruikt voor vervoer van andere goederen indien dit tot verontreiniging van de vleeswaren kan leiden.

In vervoermiddelen en/of recipiënten die tegelijkertijd worden gebruikt voor het vervoer van andere producten dan levensmiddelen of voor het vervoer van verschillende levensmiddelen tegelijk, moeten de producten afdoende van elkaar gescheiden zijn, zodat verontreiniging of kruiscontaminatie wordt voorkomen. 


c. De vleeswaren
De vleeswaren moeten voorzien zijn van een onmiddellijke verpakking tenzij ze op dragers geplaatst worden of worden opgehangen zonder met de vloer in aanraking te komen.


d. Temperatuurvoorwaarden
De vervoermiddelen of de recipiënten moeten zodanig uitgerust zijn dat de vereiste temperaturen gerespecteerd zijn. Dit betekent niet noodzakelijk dat koelwagens moeten worden gebruikt. Wanneer de afstand beperkt is, kan ook gebruik worden gemaakt van koelboxen of andere evenwaardige uitrustingen die het toelaten het vlees op de vereiste temperatuur te bewaren. Transport over langere afstanden zal automatisch meer gesofisticeerde koelsystemen vereisen. Het is aan de exploitant om te beslissen welke vorm van koeling noodzakelijk is om de vereiste temperatuur van de levensmiddelen te handhaven.


e. Begeleidend handelsdocument
Gedurende het vervoer moeten de vleeswaren vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument opgesteld door de inrichting van verzending.

Transport van vleeswaren vanuit een verkooppunt naar een ander verkooppunt moet vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument opgesteld door het verkooppunt van verzending en dat ten minste melding maakt van de naam of handelsnaam van het verzendend verkooppunt, de naam of handelsnaam van het bevoorrade verkooppunt, de leveringsdatum, de aard, de identificatie en het gewicht en een serienummer.

Vanuit een erkende inrichting moet het transport van vleeswaren naar een verkooppunt vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument opgesteld door de erkende inrichting .

Het begeleidend handelsdocument is niet vereist in geval van thuislevering van vleeswaren aan de eindverbruiker. 


3. Wetgeving

Verordening (EG) 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29/04/2004 inzake levensmiddelenhygiëne
Verordening (EG) 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29/04/2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong
K.B. van 10/11/2005 betreffende de detailhandel in bepaalde levensmiddelen van dierlijke oorsprong
• K.B van 30/12/1992 betreffende het vervoer van vers vlees, vleesproducten en vleesbereidingen

Copyright (c) 2009 Steunpunt Hoeveproducten