DE STEDENBOUWKUNDIGE VERGUNNING

1. Waarvoor heb ik een stedenbouwkundige vergunning nodig? 

a. De eigenlijke bouwwerken
Niemand mag zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning bouwen, op een grond één of meer vaste inrichtingen plaatsen, een bestaande vaste inrichting of bestaand bouwwerk afbreken, herbouwen, verbouwen of uitbreiden, met uitzondering van instandhoudings of onderhoudswerken die geen betrekking hebben op de stabiliteit.

Onder instandhoudings of onderhoudswerken die geen betrekking hebben op de stabiliteit, worden werken verstaan die het gebruik van het gebouw voor de toekomst ongewijzigd veilig stellen door het bijwerken, herstellen of vervangen van geërodeerde of versleten materialen of onderdelen. Hieronder kunnen geen werken begrepen worden die betrekking hebben op de constructieve elementen van het gebouw, zoals:
• vervangen van dakgebinten of dragende balken van het dak, met uitzondering van plaatselijke herstellingen.
• geheel of gedeeltelijk herbouwen of vervangen van buitenmuren, zelfs met recuperatie van de bestaande stenen.

Onder bepaalde voorwaarden geldt voor sommige werken, handelingen of wijzigingen een vrijstelling van stedenbouwkundige vergunning

b. Ontbossen en vellen van hoogstammige bomen
Een stedenbouwkundige vergunning is nodig voor het ontbossen en voor het vellen van hoogstammige bomen. Als hoogstammige boom wordt beschouwd elke boom die op een hoogte van 1 meter boven het maaiveld een stamomtrek van 1 meter heeft.


Onder bepaalde voorwaarden geldt een vrijstelling van vergunning voor het vellen van hoogstammige bomen

c. Het reliëf van de bodem aanmerkelijk wijzigen
Voor het wijzigen van het reliëf van de bodem is een stedenbouwkundige vergunning nodig, op voorwaarde dat de wijziging ‘aanmerkelijk’ is.

Als aanmerkelijke reliëfwijziging wordt onder meer beschouwd elke aanvulling, ophoging, uitgraving of uitdieping die de aard of functie van het terrein wijzigt.

d. Het ‘gewoonlijk gebruik’ van een grond voor welbepaalde doeleinden
Niemand mag zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning een grond gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten voor:
• het opslaan van gebruikte of afgedankte voertuigen, van allerhande materialen, materieel of afval.
• het parkeren van voertuigen, wagens of aanhangwagens.
• het plaatsen van één of meer verplaatsbare inrichtingen die voor bewoning kunnen worden gebruikt, zoals woonwagens, kampeerwagens, afgedankte voertuigen, tenten (behalve voor het kamperen op een kampeerterrein).
• het plaatsen van één of meer verplaatsbare inrichtingen of rollend materieel die hoofdzakelijk voor publicitaire doeleinden worden gebruikt.

Er moet wel sprake zijn van ‘gewoonlijk gebruik’. Het gebruik moet daarom nog niet ononderbroken zijn, maar het moet toch minstens een zekere regelmaat vertonen en een zekere tijd duren.

Voor zover dit niet strijdig is met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, bouwverordeningen, verkavelingsverordeningen, ruimtelijke uitvoeringsplannen, bijzondere plannen van aanleg, verkavelingsvergunningen, bouwvergunningen of stedenbouwkundige vergunningen, is er geen stedenbouwkundige vergunning nodig voor het gewoonlijk gebruik van een grond voor:
• het in de onmiddellijke omgeving van een vergund woongebouw opslaan van allerhande bij de woning horende materialen, materieel of huishoudelijk afval, zoals brandhout, snoeihout, afvalcontainers, vuilnisbakken, composthopen, composteringsvaten, met een totaal maximaal volume van 10m³, niet zichtbaar vanaf de openbare weg
• het in de onmiddellijke omgeving van een vergund woongebouw plaatsen van één verplaatsbare inrichting die voor bewoning kan worden gebruikt, zoals één woonwagen, kampeerwagen of tent, zonder er effectief te wonen
Onder onmiddellijke omgeving dient de ruimte gelegen binnen een straal van 30 m van de uiterste grenzen van het woongebouw te worden verstaan.

e. Functiewijzigingen

Een stedenbouwkundige vergunning is nodig voor het geheel of gedeeltelijk wijzigen van de hoofdfunctie van een onroerend bebouwd goed met het oog op een nieuwe functie, in o.a. volgende gevallen:
• Een stedenbouwkundige vergunning is nodig als een van de hierna vermelde hoofdfuncties van een onroerend bebouwd goed geheel of gedeeltelijk wordt gewijzigd in een andere hierna vermelde hoofdfunctie. Worden als hoofdfunctie beschouwd: 
        o wonen 
        o verblijfsrecreatie 
        o dagrecreatie 
        o landbouw in de ruime zin 
        o handel, horeca, kantoorfunctie en diensten 
        o industrie en ambacht
• Een stedenbouwkundige vergunning is ook nodig als het onroerende bebouwde goed een exploitatiewoning bij een gebouw dat onder de functiecategorie ‘landbouw in de ruime zin’ of ‘industrie en ambacht’ valt, betreft en de nieuwe hoofdfunctie geen binding meer heeft met de al dan niet beëindigde exploitatie.

Vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunning is het in een woongebouw uitoefenen van functies, complementair aan het wonen, zoals kantoorfunctie, vrij beroep, handel, horeca, dienstverlening en ambacht, mits aan alle van de volgende vereisten voldaan is:
• het woongebouw is gelegen in een woongebied of in een daarmee vergelijkbaar gebied.
• de woonfunctie blijft behouden als hoofdfunctie.
• de complementaire functie beslaat een geringere oppervlakte dan de woonfunctie met een totale maximale vloeroppervlakte van 100 vierkante meter.
• de complementaire functie is niet strijdig met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, bouwverordeningen, verkavelingsverordeningen, ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvergunningen.

De vergunningverlenende overheid mag, bij het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning die betrekking heeft op een vergunningsplichtige wijziging van de hoofdfunctie van een onroerend bebouwd goed met het oog op een nieuwe functie alleen afwijken van de voorschriften van een gewestplan of een algemeen plan van aanleg in de volgende gevallen:
• het wijzigen van het gebruik van een bestaand vergund, eventueel leegstaand, landbouwbedrijf, dat volgens het gewestplan niet gelegen is in een recreatiegebied of een ruimtelijk kwetsbaar gebied, behoudens een parkgebied, met als nieuw gebruik uitsluitend wonen, én op voorwaarde dat de volgende voorschriften nageleefd worden :
o de bedrijfswoning en de bijgebouwen die er fysisch één geheel mee vormen, krijgen als nieuw gebruik wonen met uitsluiting van meergezinswoningen, maar met inbegrip van tijdelijke verblijfsgelegenheden op voorwaarde dat landbouw als nevenbestemming nog aanwezig blijft
o de bedrijfsgebouwen van dit landbouwbedrijf mogen niet afgesplitst worden van de bedrijfswoning en kunnen enkel een nieuw gebruik krijgen als woningbijgebouwen, of als accommodatie voor tijdelijke verblijfsgelegenheden op voorwaarde dat landbouw als nevenbestemming nog aanwezig blijft
het wijzigen van het gebruik van een bestaand, vergund gebouw voor zover deze wijziging is opgesomd in het Besluit van de Vlaamse Regering van 28-11-2003
De hierboven vermelde afwijkingen kunnen slechts worden verleend op voorwaarde dat de goede ruimtelijke ordening niet wordt geschaad.

f. Wijziging van het aantal woongelegenheden
Niemand mag zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning in een gebouw het aantal woongelegenheden wijzigen die bestemd zijn voor de huisvesting van een gezin of een alleenstaande, ongeacht of het gaat om een eengezinswoning, een etagewoning, een flatgebouw, een studio of een al dan niet gemeubileerde kamer. Dat is ook het geval wanneer daarvoor geen verbouwingswerken moeten worden uitgevoerd.

g. Publiciteitsinrichtingen of uithangborden plaatsen of wijzigen
Een stedenbouwkundige vergunning is nodig voor het plaatsen of wijzigen van publiciteitsinrichtingen of uithangborden. Het gaat hier over vaste reclameconstructies, bv. reclamezuilen of installaties aangebracht op blinde gevels voor het aanplakken van affiches. Voor verplaatsbare reclame-inrichtingen is geen stedenbouwkundige vergunning vereist, tenzij men een grond gewoonlijk gaat gebruiken voor het plaatsen van dergelijke inrichtingen.

Er is een vrijstelling van vergunning voor de plaatsing van o.a. volgende publiciteitsinrichtingen of uithangborden, voorzover dit niet strijdig is met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, bouwverordeningen, verkavelingsverordeningen, ruimtelijke uitvoeringsplannen, bijzondere plannen van aanleg, verkavelingsvergunningen, bouwvergunningen of stedenbouwkundige vergunningen:
• de bevestiging aan een vergund gebouw van niet-lichtgevende uithangborden, met een totale maximale oppervlakte van 4 m²
• publiciteitsinrichtingen die voortvloeien uit wettelijke en reglementaire bepalingen
• publiciteitsinrichtingen aangebracht op een onroerend goed, waarbij wordt bekendgemaakt dat dit goed te koop of te huur is, op voorwaarde dat de totale maximale oppervlakte niet meer bedraagt dan 4m² en dat de publiciteitsinrichting ten laatste 14 dagen na de verhuring of de verkoping wordt verwijderd

h. Aanleggen of wijzigen van recreatieve terreinen
Niemand mag zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning recreatieve terreinen aanleggen of wijzigen, waaronder een golfterrein, een voetbalterrein, een tennisveld, een zwembad.

i. Andere vergunningsplichtige handelingen
Gemeenten en provincies kunnen nog andere werken en handelingen afhankelijk maken van een stedenbouwkundige vergunning. Een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening kan een stedenbouwkundige vergunning verplicht stellen. Zo kan een gemeentelijke verordening een vergunningsplicht invoeren voor het schilderen van gevels. Win hierover informatie in bij uw gemeentelijke dienst ruimtelijke ordening.

      2. De inrichting van een hoevewinkel, verwerkingsruimte en/of consumptieruimte

a. de stedenbouwkunige vergunningsaanvraag
Voor het inrichten van een hoevewinkel, een verwerkingsruimte of een consumptieruimte dient steeds een stedenbouwkundige vergunning worden aangevraagd, ook als het een functiewijziging betreft van een bestaand gebouw van een actief land- of tuinbouwbedrijf.

Bij de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag worden de geplande werken getoetst aan de ruimtelijke draagkracht. Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen beschrijft de ruimtelijke draagkracht als ‘het vermogen om binnen het kader van duurzame ontwikkeling, functies en activiteiten op te nemen in een bepaalde ruimte’. Enkel aanvragen met een kleinschalig karakter worden goedgekeurd.

b. advies over hoevewinkels, verwerkingsruimten en consumptieruimten
Afdeling Land van de administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer verleent advies bij de stedenbouwkundige vergunningsaanvragen in agrarisch gebied.

Afdeling Land gaat uit van de verkoop van hoeve-eigen producten. De hoofdactiviteit van het bedrijf die deze producten verkoopt is landbouw.

Afdeling Land niet gaat niet uit van de verkoop van producten van derden. Een uitzondering vormt de verkoop van gelijkaardige producten van derden uit de streek, op voorwaarde dat het bedrijf met de hoevewinkel een leefbaar landbouwbedrijf is. Momenteel geldt de vuistregel dat minstens de helft van het productaanbod afkomstig moet zijn van het eigen bedrijf. Het resterende aanbod (maximaal 50%) moet worden ingevuld met hoeveproducten van andere hoeves uit de streek.

Enkel aanvragen met een kleinschalig karakter worden goedgekeurd. Met kleinschaligheid wordt bedoeld dat de concentratie van de gebouwen of constructies beperkt wordt gehouden. De hoevewinkel mag in geen geval evolueren naar een supermarkt of grootwarenhuis.

De eventuele verwerkingsactiviteiten van het landbouwbedrijf moeten steeds ondergeschikt zijn aan de landbouwactiviteit en een lage specialisatiegraad hebben, kleinschalig zijn en een lage impact hebben op de ruimtelijke draagkracht van de omgeving.

Afdeling Land aanvaardt op land- en tuinbouwbedrijven naast ingerichte infrastructuur voor de opslag, de verkoop en de verwerking van hoeveproducten eveneens de inrichting van een ruimte voor verbruik van deze producten op de hoeve. Het landbouwbedrijf dat agrarische producten verkoopt en ter plaatse het gebruik ervan mogelijk maakt, mag echter niet evolueren naar een zuivere horecazaak.

3. Koppeling stedenbouwkundige vergunning - milieuvergunning

De stedenbouwkundige vergunning voor een inrichting waarvoor een milieuvergunning nodig is of die onderworpen is aan de meldingsplicht wordt geschorst zolang de milieuvergunning niet definitief werd verleend of de melding niet is gebeurd. Wordt de milieuvergunning definitief geweigerd, dan vervalt de stedenbouwkundige vergunning.


4. Meer informatie

http://www2.vlaanderen.be/ned/sites/ruimtelijk/index.html


5. Wetgeving

Besluit van de Vlaamse regering van 28-11-2003 tot bepaling van de toelaatbare functiewijzigingen voor gebouwen, gelegen buiten de geëigende bestemmingszone
Besluit van de Vlaamse regering van 14-04-2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen en van de werken, handelingen en wijzigingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is
Decreet van 18-05-1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening


Copyright (c) 2009 Steunpunt Hoeveproducten