Steunpunt hoeveproducten
Steunpunt Hoeveproducten maakt deel uit van
Ons

VLIF in de thuisverkoop

Het Vlaams landbouwinvesteringsfonds (VLIF) heeft twee hoofddoelen:

1) Boeren en tuinders te ondersteunen bij duurzame investeringen
2) Jonge boeren en tuinders financieel steunen om in de sector te stappen


Vormen van steun



Het VLIF verleent zowel steun voor investeringen gefinancierd met leningen aangegaan bij een erkende kredietinstelling als voor investeringen gefinancierd met eigen middelen.
De vorm van steun is fundamenteel verschillend naargelang het een verrichting betreft waarvoor investeringssteun kan verkregen worden (modernisering gebouwen, machines,…) of een verrichting waarvoor vestigingssteun (overname bedrijfsbekleding of aandelen) wordt verleend.

Investeringssteun wordt toegekend onder de vorm van een rentesubsidie als er voor de investeringen een krediet afgesloten wordt en wordt aangevuld met een kapitaalpremie. De kapitaalpremie staat rechtstreeks in verband met rentesubsidie zodat een vooropgesteld volume wordt verkregen. Wanneer de investeringen volledig gefinancierd worden met eigen middelen of voor groep 4 (8% voor o.a. aankoop machines en zonnepanelen), is er geen rentesubsidie en wordt de steun uitsluitend verleend onder de vorm van een kapitaalpremie.

Op investeringssteun gaan we in deze brochure niet dieper in. Er zijn de laatste jaren talrijke hervormingen geweest, zodat het moeilijk is dit kort samen te vatten. Alleszins loont het de moeite om voor elke investering die je op een land- en tuinbouwbedrijf doet, te informeren of er VLIF-steun voor is. Voor meer informatie kun je terecht op de website www.vlaanderen.be/landbouw of bij SBB.

Vestigingssteun wordt op de eerste 60.000 euro (80.000 euro bij overname aandelen) vestigingskosten altijd toegekend onder de vorm van een vestigingspremie van 30.000 euro (40.000 euro bij overname van aandelen) en vervolgens onder vorm van een rentesubsidie voor zover er voor de bijkomende kosten een lening afgesloten wordt. Deze rentesubsidie (4%) is niet omzetbaar in een kapitaalpremie.

Bij een eerste installatie op een bestaand bedrijf wordt VLIF-tussenkomst toegekend voor de aankoop van de roerende bedrijfsbekleding, voor het vervolledigen van de bedrijfsbekleding , voor de aankoop van bedrijfsgebouwen of voor de aankoop van aandelen.



Algemene voorwaarden



Al wie een beroep wil doen op VLIF-steun, op een land- of tuinbouwbedrijf, moet:

• Ofwel een diploma kunnen voorleggen van een volledige cyclus land- of tuinbouwgericht onderwijs van minstens het niveau hoger secundair onderwijs.
• Ofwel een installatie-attest kunnen voorleggen. Dit installatie-attest kan behaald worden na het volgen van een bedrijfsleiderscursus (type A en B) bij Groene Kring.

Daarnaast zijn er ook voorwaarden met betrekking tot de aanvrager van de steun en met betrekking tot het bedrijf. De aanvrager moet o.a. de kwalificatie ‘landbouwer’ hebben, wat samengevat betekent:

• De aanvragende landbouwer moet in de personenbelasting minstens een netto beroepsinkomen uit de land- of tuinbouw hebben van 12.000 euro per bedrijfsleider.
• De aanvragende landbouwer mag in de personenbelasting maximaal een netto beroepsinkomen van niet-landbouwactiviteiten hebben van 12.000 euro per bedrijfsleider.
• Het bruto bedrijfsresultaat (saldo) moet minstens 50.000 euro per bedrijfsleider zijn.
• Alle niet-landbouw activiteiten moeten (vanaf 5.580 euro omzet) afgestoten worden.

Vooral dit laatste is een praktisch probleem bij thuisverwerkers en thuisverkopers. Immers het gebeurt frequent dat men hoeveproducten van collega’s ook verwerkt en/of verkoopt. Aankoop met doorverkoop beschouwt men echter als handel en niet als landbouw. Vandaar dat deze activiteit – als ze een te grote omvang aanneemt- moet afgesplitst worden.

Steun kan aangevraagd worden door natuurlijke personen of door vennootschappen. Indien de vennootschap steun aanvraagt, zijn er nog een aantal bijkomende voorwaarden.

De aanvragen voor VLIF-tussenkomst moeten ingediend worden bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, door een door het VLIF-erkende kredietinstelling bij een financiering met een krediet. Bij financiering met eigen middelen wordt de aanvraag ingediend door de landbouwer zelf. In dit verband kan je contact opnemen met:

• Je bankinstelling.
• De bedrijfseconomische adviseurs van SBB. Een kantoor in je buurt vind je op www.sbb.be.
• De ingenieurs van de buitendiensten van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Land- en tuinbouw (zie bijlage 13).


Investeringssteun voor bedrijfsinvesteringen specifiek gericht op de verwerking en de commercialisering van hoeveproducten

Het VLIF biedt maximaal 28% financiële steun aan landbouwers die bedrijfsinvesteringen specifiek richten op de verwerking en de commercialisering van hoeveproducten. Voor volgende investeringen bedraagt de steunintensiteit 28%:

• Bouwen, verbouwen en uitrusten van bedrijfsgebouwen die gebruikt worden voor de aanmaak van zuivelproducten (met melk van het eigen bedrijf) en het bewaren van die producten, evenals de aankoop van materieel dat specifiek noodzakelijk is voor die activiteit.
• Bouwen, verbouwen en uitrusten van bedrijfsgebouwen die gebruikt worden voor het versnijden, bereiden en verkoopsklaar maken van vlees (geproduceerd op het eigen bedrijf) en het bewaren van die producten, evenals de aankoop van materiaal dat specifiek noodzakelijk is voor die activiteit.
• Bouwen, verbouwen en uitrusten van bedrijfsgebouwen die gebruikt worden voor het artisanaal verwerken en verkoopsklaar maken van land- en tuinbouwproducten (andere dan melk en vlees en geproduceerd op het eigen bedrijf) en het bewaren van die producten, evenals de aankoop van materieel dat specifiek noodzakelijk is voor die activiteit.
• Bouwen, verbouwen en uitrusten van bedrijfsgebouwen die bestemd zijn voor de rechtstreekse verkoop van de eigen productie (al dan niet in verwerkte vorm) aan de consument of aan de detailhandel, met inbegrip van een opslag- of koelruimte die bestemd is voor de verkoopsklare voorraad van die producten, evenals de aankoop van materieel dat specifiek noodzakelijk is om die activiteit uit te oefenen.

Om 28% steun te genieten dienen de investeringen betrekking te hebben op de vervaardiging en verkoop van hoeveproducten via een korte keten, d.w.z.:

• Op de hoeve zelf
• In de onmiddellijke omgeving van de hoeve zoals een buurtwinkel
• Op de lokale boerenmarkt door de producenten zelf
• Via voedselteams, groentenabonnementen of coöperaties van hoeveproducten

Verkoop aan groot- en/of kleinhandel (behoudens buurtwinkel), horeca, … wordt niet gerangschikt als rechtstreekse verkoop.

Enkel specifieke investeringen gericht op de vervaardiging en de verkoop van hoeveproducten komen in aanmerking voor 28% steun. Voor gebouwen betreft dit een hoevewinkel, een verbruikslokaal en de opslag- of koelruimte bestemd voor het bewaren van de verkoopsklare voorraad aan hoeveproducten evenals de inrichtingsinvesteringen van gebouwen die door hun aard duidelijk bestemd zijn om de productie en verkoop van hoeveproducten mogelijk te maken (afwasbare wanden, antislipvloeren, noodzakelijke niveauverschillen, aangepaste riolering e.d.). Het gebouw zelf, dikwijls type gesloten loods met laad- en losplaats, voor het klaarmaken (sorteren, wassen, versnijden, bereiden, koken en/of verpakken) van de hoeveproducten wordt gesubsidieerd volgens de gangbare steunintensiteit van 18%.
Voor specifieke vaste uitrusting, machines en materieel voor de productie en de verkoop van hoeveproducten, inbegrepen een koel- en marktwagen, wordt 28% steun verleend.

De investeringen, waaronder ook de gebouwen, dienen gedimensioneerd te zijn op basis van de verwerking van de landbouwproducten van het eigen bedrijf.

Er wordt aanvaard dat “verwerken en commercialiseren eigen productie” om administratieve of fiscale redenen afgesplitst wordt van de landbouwactiviteit.
Hierbij gelden volgende regels:

• Een administratieve of fiscale afsplitsing van de activiteit wordt aanvaard wanneer de persoon die de activiteit uitoefent, voldoet aan de VLIF-voorwaarden als kwalificatie landbouwer.
• Een juridische afsplitsing (veelal onder de vorm van een vennootschap) van deze activiteit wordt aanvaard wanneer volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn:
o De bestuurders van de vennootschap zijn dezelfde als de exploitanten van het land- of tuinbouwbedrijf en bezitten 51 % van de aandelen.
o De statuten vermelden “het verwerken en verkopen van de productie van het eigen bedrijf” als doelstelling.


Aanvragen van VLIF-steun



Het aanvragen van VLIF-steun verloopt als volgt:

De aanvraag om investeringssteun wordt met een volledig ingevuld aanvraagformulier ingediend. De aanvraag moet ingediend worden vooraleer de investering aanvangt en vooraleer de finale investeringsbeslissing genomen is. De datum van aanvraag is de registratiedatum door het VLIF van het aanvraagformulier. De datum van de eerste factuur (ook voorschotfactuur) is de ultieme aanvangsdatum van de investeringen. Je mag maximaal 2 aanvragen per jaar doen en elke aanvraag moet minstens betrekking hebben op een subsidiabel investering van meer dan 15.000 euro.

Het aanvraagformulier is niet noodzakelijk gedocumenteerd maar documentatie bijvoegen mag. Na ontvangst deelt de VLIF-administratie mee welke documentatie en binnen welke termijn nog moet voorgelegd worden.