Steunpunt hoeveproducten
Steunpunt Hoeveproducten maakt deel uit van
Ons

Fiscaliteit in de thuisverkoop

Wanneer je je producten rechtstreeks aan de verbruiker verkoopt, heeft dit een aantal fiscale gevolgen. Zowel wat betreft de directe belastingen, als wat betreft de BTW moet je met enkele gegevens rekening houden.

Moet de aangifte voor de directe belastingen op een andere manier gebeuren wanneer je je producten rechtstreeks verkoopt?

In de landbouwsector bestaan twee verschillende systemen om de inkomstenbelasting te bepalen.

1) Belastingaangifte op basis van fiscale boekhouding

Indien er voor de landbouwactiviteit belastingaangifte wordt gedaan op basis van de fiscale boekhouding verandert er niets. Alle uitgaven en inkomsten van de rechtstreekse verkoop moeten gewoon mee ingeschreven worden.

2) Belastingaangifte op basis van de forfaitaire land- en tuinbouwbarema’s

Indien een land- of tuinbouwbedrijf gebruik maakt van de forfaitaire barema’s, moet een dagontvangstenboek worden bijgehouden en moet de extra winst van de rechtstreekse verkoop toegevoegd worden aan de semi-brutowinst. Sommige winsten zitten echter reeds in het barema vervat en dienen niet extra aangegeven te worden.

Moeten wel toegevoegd worden aan de semi-brutowinst:

  • Verkoop, buiten het gebruikelijke circuit (melkerij, kaasfabriek), van op de hoeve voortgebrachte melk: € 0,22 per verkochte liter melk (behalve de melk verkocht op de hoeve aan particulieren voor hun persoonlijk gebruik: deze zit verrekend in het barema).
  • Rechtstreekse verkoop aan verbruikers, per karkas of halve karkas, per kwartier of in gesneden stukken, van al het vlees of een deel ervan dat voortkomt van dieren van de hoeve die de landbouwer zelf slacht of laat slachten op zijn naam of op naam van zijn klanten.
  • Verkoop van producten van de exploitatie op boerenmarkten, van deur tot deur, aan tussenpersonen, …
  • Voor pluimveebedrijven die zich intensief toeleggen op de verkoop aan particulieren, de hieruit voortvloeiende meerwinst.

Opgelet: Indien de rechtstreekse verkoop een belangrijke omvang aanneemt, kan de belastingadministratie de toepassing van het forfait verwerpen. Dit kan wanneer zij aantonen dat de werkelijke winst aanzienlijk hoger is dan de forfaitair bepaalde winst.

Heb je speciale verplichtingen i.v.m. de BTW?

Gezien de dalende prijzen in de landbouwsector, tracht de landbouwer andere bronnen van inkomsten te vinden om zijn basisinkomen op peil te houden. De verkoop van (thuisverwerkte) hoeveproducten kan daarbij een mogelijkheid zijn. Uiteraard is het belangrijk te weten welke gevolgen deze activiteitsuitbreiding met zich meebrengt en welke spelregels in acht moeten genomen worden. In de hierna volgende bijdrage zal stilgestaan worden bij de BTW-aspecten die komen kijken bij verkoop op de hoeve en dan in het bijzonder in hoofde van de forfaitaire landbouwer. Voor landbouwers onder de normale BTW-regeling zijn immers de gewone regels van toepassing.

De forfaitaire landbouwregeling voor BTW

Bij de invoering van de BTW-wetgeving heeft de wetgever een bijzondere regeling voorzien voor de landbouwer met een minimum aan verplichtingen. Zo zal een forfaitaire landbouwer geen periodieke BTW-aangiften moeten indienen of BTW moeten aanrekenen. Keerzijde van de medaille is dat hij de BTW betaald op zijn aankopen niet kan aftrekken.

Deze forfaitaire landbouwregeling voor BTW is van toepassing op de land- en tuinbouwer die

  • de door hem voortgebrachte producten of geteelde dieren levert, eventueel na een primaire verwerking.
  • diensten levert in het kader van contractteelt of contractmesterij.
  • landbouwhulp verstrekt aan een collega.
  • bedrijfsmiddelen verkoopt die hij in zijn landbouwbedrijf heeft ingezet.

De betrokkene kan evenwel opteren voor de normale regeling (met BTW boekhouding) indien hij dat wenst. Deze overgang zal vooral aan de orde zijn indien belangrijke investeringen gepland zijn gezien de aftrekbare BTW dan aanzienlijk kan zijn.

Indien de landbouwer bijkomend nog andere goederen of diensten levert verschillend van de activiteiten in de vorige paragraaf, kunnen deze niet verstrekt worden met toepassing van de landbouwregeling inzake BTW. Bijvoorbeeld (landbouw)producten aankopen en ze na eventuele verwerking verkopen staat niet in bovenstaande opsomming en kunnen in principe niet onder de forfaitaire BTW regeling vallen.

De betrokken landbouwer zal dan verplicht zijn alle activiteiten te verrichten met toepassing van de normale BTW-regeling. Hierop is een uitzondering als een forfaitaire regeling of de kleine ondernemingsregeling kan ingeroepen worden voor deze bijkomende handelingen. De kleine ondernemingsregeling kan toegepast worden indien de omzet van de bijkomende activiteiten de grens van 5.580 EUR niet overschrijdt.

In een drietal situaties zal de forfaitaire landbouwer onderworpen zijn aan de normale regeling, met name indien het gaat om één van volgende handelingen:

  • De leveringen van landbouwproducten op groothandelsmarkten.
  • De leveringen in het klein, van deur tot deur of in een inrichting voor de verkoop in het klein.
  • De leveringen en diensten m.b.t. producten en dieren die de landbouwer heeft voortgebracht, maar die niet onderworpen zijn aan 6%, bv. rijpaarden.

Deze handelingen kunnen naar keuze uitgeoefend worden onder de normale regeling, de regeling van de kleine ondernemingen of een forfaitaire regeling.

Indien de landbouwondernemer voor de leveringen en diensten in één van de drie hoger vermelde situaties geïdentificeerd is als normale BTW-plichtige, is hij onderworpen aan de normale BTW-regeling voor heel zijn activiteit, incl. deze van de landbouwondernemer. Enkel wanneer hij voor die activiteit geniet van de kleine ondernemersregeling of forfaitaire regeling, zal hij de bijzondere landbouwregeling kunnen blijven genieten voor zijn activiteit als landbouwondernemer.

Primaire verwerking

De landbouwer dient er op te letten dat de producten die worden verkocht in het klein hoogstens een primaire verwerking hebben ondergaan, bijvoorbeeld het maken van boter, kaas of yoghurt, het pasteuriseren en opleggen van zurkel, het sorteren van fruit, het malen van koren tot bloem.

Het maken van rijstpap, chocomousse, pudding of roomijs, het versnijden van vlees, het maken van fruitsap e.d. zijn echter geen primaire verwerkingen. Indien de landbouwer dergelijke producten verkoopt in het klein, zal hij daardoor zijn eigenlijke landbouwactiviteiten niet meer kunnen uitoefenen met toepassing van de forfaitaire landbouwregeling tenzij een forfaitaire regeling of de kleine ondernemingsregeling (omzet < 5.580 euro) kan ingeroepen worden voor de hoeveverkoop.

Meer info kan je opvragen in één van de regionale kantoren van SBB terug te vinden op www.sbb.be.